Home > Diversen > Winter 1978-1979  

Winter 1978-1979

 

December 1978

De winter van 1979 is in december al begonnen, aan de ene kant waren we toch wel weer blij dat het eindelijk weer een winterde. Aan de andere kant had je natuurlijk ook de winterse ongemakken en schade die een dergelijk vorstperiode met zich meebrengt. Een tweetal vorstperiodes waren als voorbode voor een aanzet van wat later zou blijken de geruchtmakende winter van 1978-1979. Van 27 november tot 8 december hebben we de eerste vorstperiode te pakken, en kort daarop een nieuwe periode van 16 t/m 24 december. In het oosten van het land is het koudst, de maandgemiddelde daar zijn tussen de 2 en 2,5 graad onder gemiddeld. De tweede vorstperiode wordt op 23 december afgesloten, doordat een zeer actieve depressie met drukdalingen tussen de 8 en 13 hPa per uur haar fronten richting NL stuurt. En precies met de kerstdagen is het dan ook hondenweer met veel neerslag en harde wind, dit wordt vooraf gegaan door gladheid op uitgebreide schaal doordat er nog vorst in de grond zit. En op 24 december zetten flinke regens de vorst aan de kant, het kwik stijgt naar ruim zeven graden overdag.
Denemarken komt op 27 december binnen het bereik van de koude lucht en af en toe proeft het noordoosten van ons land ook even aan de koude taart, maar veel is dit nog niet. De kou wordt nog even uitgesteld door een nieuwe actieve storing bij de Golf van Biskaje. Op 28 december trekt deze storing met veel wind en regen over het midden en zuiden van het land naar Duitsland. Hierbij neemt de wind tot stormkracht toe en er worden windstoten gemeten van windkracht 9. Ook de temperatuur doet een duit in het zakje en stijgt tot 12 graden overdag. Maar de koude lucht is dicht bij, op 29december slaat de Russische beer toe in het noorden van het land met zware regen overgaand in ijzel. De avond van de 29e december regent het in het noordwesten bij temperaturen van 2°C boven nul en naar mate de avond vordert daalt de temperatuur met rasse schreden. Het kwik duikt om 11.00 die avond onder nul maar het regent nog steeds, met als gevolg dat alles rond de klok van twaalf uur onder een dikke laag ijzel is komen te zitten, de bomen kraken er over. In het noordwesten valt ongeveer 16mm regen, een groot deel daarvan in de vorm van ijzel, menig autodeur moet worden los gebikt, zo dik zit de ijzel op de auto's.
Het noorden van Nederland heeft dan te maken met een sneeuwstorm bij temperaturen van vijf graden onder nul. De beer is los !!!! roept weerman Hans de Jong op deze historische 30e december van 1978. In die vroege zaterdagmorgen kunnen de kinderen schaatsen op straat, er ligt een laag van 1 a 2 cm ijzel, perfecte omstandigheden om de schaatskunst te oefenen of aan te leren zonder het risico te lopen om door het ijs te zakken.
In Tuitjenhorn is december 1978 met gemiddeld 1,2°C ruim 2,5°C te koud, normaal wordt het deze maand 3,7°C. De laagtse temperatuur werd op 30 en 31dec gemeten toen zakte het kwik naar -9,7°C.

 


Schaatsen op straat 1januari 1979 (foto: J Roos)


Thermogram van invallende vorst op 29/30 december 1978

Polar low 02-01-1979

Polar low op 2 januari 1979 (fig 5)

IR beeld Polar low op 2 januari 1979 (fig 6)

Gedurende 2 januari 1979 trekt een polar low over Nederland. In heel Noord-Europa zijn de temperaturen aan het Aardoppervlak zeer laag (–10°C). De watertemperatuur van de Noordzee bedraagt nog circa 7 graden terwijl de lucht hier vlak boven rond het nulpunt is. Hierdoor worden grote
hoeveelheden sensibele warmte uitgewisseld tussen het zeeoppervlak en de atmosfeer. De temperatuur op 500 hPa is overal in West-Europa onder de –40°C, dat wijst op grote onstabiliteit in de onderste helft van de troposfeer. Al deze factoren, tezamen met een hoge relatieve vochtigheid aan het aardoppervlak, maken de atmosfeer uitermate geschikt voor het ontstaan van diepe convectie. Op het VIS-beeld, figuur 5 herkennen we de Cb-spiralen aan de duidelijke structuur die ontstaat door schaduwwerking bij de laagstaande zon. De kern is vrijwel wolkenloos. Engeland ligt onder een pak sneeuw wat tot uitdrukking komt in een hoge reflecties.
Op het IR (infrarood)-beeld (fig 6) is te zien dat de hoogste en koudste wolkentoppen voorkomen aan de zuidwestzijde waar diepe cumulusconvectie optreedt, en de noordoostzijde waar zich zowel cirrus als Cb’s (Cumulonimbus capillatus) bevinden. Op deze locaties rondom de kern van het polar low is de sneeuwval het meest intens zoals blijkt uit grondobservaties. De temperatuur verschillen boven Nederland zijn groot tijdens de passage van het polar low. Aan de zuidwest zijde varieert de temperatuur bij zware sneeuwbuien tussen de –10 en +20 . Aan de achterzijde van dit polar low draaide de wind naar het oosten en daalde temperatuur onder de –10°C bij continue sneeuwval. Gemiddeld over het land viel er 10 cm sneeuw.

Weerkaart 2 januari 1979 met het Polarlow voor de Nederlandse kust

Polar Low:
Polar lows brengen continue neerslag of talrijke vaak geclusterde buien. Over het algemeen brengen polar lows sneeuw, maar wanneer de temperatuur in de onderste laag van de atmosfeer te ver boven het vriespunt komt bereikt de neerslag de grond gedeeltelijk of geheel als regen. Dit laatste gebeurt vooral in de late herfst en later in het voorjaar en op zuidelijker breedten. Er valt bij een polar low vaak veel sneeuw die bovendien tot duinen op kan waaien door de harde wind. Het zicht wordt vaak ernstig gereduceerd door driftsneeuw. Door de grote instabiliteit is er ook onweer mogelijk. Na de passage van het laag klaart het weer meestal sterk op. Een polar low kan zeer krachtige winden, soms tot meer dan 110 km/uur, produceren. Zodra een polar low boven land komt neemt deze gewoonlijk snel in intensiteit af.


Eerste week 1979 met scherpe temperatuur daling op de 2e achter het polar low in Sint-Maarten

1e week januari 1979
Na de felle winterinval van 30 december 1978 slaat koning winter zijn klauwen over heel West-Europa uit. Daarbij zijn er nogal wat winterse ongemakken, op Schiphol raken de verkeersleiders min of meer de kluts geheel kwijt, zo ook de vliegtuigen waarvan enkele zelfs op het platform zoek raakten. Met zeer veel vertraging kunnen er een aantal vluchten plaats vinden, maar de sneeuwschuivers staan voor een onbegonnen taak, zodat er rond de klok van 16:00 uur op 2 januari het sneeuwschuiven wordt gestaakt. De dagen daarna wordt er ruim 3000m3 sneeuw opgeruimt en automobilisten raken op snelwegen en in dorpen soms door de hoge sneeuwduinen hun auto voor een aantal dagen kwijt. De Eemscentrale die een groot deel van Nederland van stroom voorziet wordt stil gelegd omdat er zeer veel ijs voor de inlaat van de koeling is komen te liggen. In deze winter wat later blijkt de strengste wintert sinds 1963 raakt het treinverkeer volledig ontregeld. De Gasunie adviseert om alle radiatoren in huis maar aan te zetten anders bevriest de boel, wat natuurlijk voor lekkage en veel ongemak kan zorgen. Zo wordt er op oudejaarsavond ruim 411miljoen m3 gas geleverd. Overal in het land springen veel waterleidingen, wat weer voor topdrukte zorgt bij de installateurs. Zo vriest bij V&D in Amsterdam de sprinkler installatie stuk, de pompen die automatisch aanslaan zetten het gebouw in een oogwenk onder water. De strooidiensten moeten uitrukken omdat de straat voor het gebouw in een ijsbaan is veranderd. In deze winterse omstandigheden maakt men van de nood een deugd, agenten gaan op de ski en schaats surveilleren, zo brengen ze de wintersport in het Nederlandse straatbeeld. Op de N245 Schagen - Alkmaarontstaat op 2 januari een verkeersinfarct door de hevige sneeuwval, door geschaarde vrachtwagens wordt de weg volledig gebokkeert waarna er geen verkeer meer mogelijk is. De Elfsteden commissie is natuurlijk in haar nopjes, maar de vele sneeuw baart zorgen, sneeuw is slecht voor schaatsijs. De strenge vorst van maar liefst -20°C in de eerste week van januari is voor de meeste groente wel iets te veel van het goede, de aanvoer hiervan stokt dan ook volledig. Alleen kasgroente zoals kassla, spinazie en andijvie worden wel aangeleverd maar zijn naar verhouding erg duur door de hoge stookkosten.

KNMI weerbericht 4 januari 1979

Weerpraat van weerman Hans de Jong uit Gorredijk op 4janauri 1979

 

Januari 1979: nadat de winters van de laatste jaren nauwelijks iets hadden voorgesteld, krijgen we in januari 1979 de volle laag. Om een januari maand te vinden die nog kouder is moeten we terug gaan naar 1963. Na de beruchte winter van 1963 hebben alleen december 1963 en december 1969 wat winterweer opgeleverd, in ieder geval met gemiddelde temperaturen die nog iets met de winter te maken heeft. Bijzonder voor januari 1979 zijn de grote ongemakken die steeds opnieuw in de vorm van ijzel en stuifsneeuw op ons af komen. De ergste kou deze maand duurt ongeveer een week.
De vorst die sinds 30december 1978 het land heeft overvallen is het waard om nog eens nader te bekijken. Vooral in de hogere luchtlagen bleek toen in zeer korte tijd boven Groenland een lagedrukgebied en een laag boven Siberië veel intenser te zijn, tussen beide systemen kwam een zeer koude stroming op gang die via de Noordpool recht op West-Europa gericht is. Aan de grond resulteerde dit in een uitgebreid gebied in een oostelijke stroming die zich steeds verder naar het zuiden uitbreide. Voor ons land wordt deze stroming versterkt door lagedrukgebieden die ten zuiden van ons land langstrokken.
In een groot deel van Nederland steekt hierdoor een zeer koude oostelijke stroming op, die de temperatuur in de nachten plaatselijk tot 20°C onder nul doen belanden. De felle kou duurt tot 6 januari maar toen waren al veel waterleidingen bevroren of gesprongen. Op 2 januari trekt er ook nog een Polarlow langs de westkust die naast sneeuw voor veel ongemak zorgt. Niet alleen de sneeuw zorgt die dag voor veel ongemak, ook staat er tijdelijk in Zeeland een zware storm die in de haven van Bruinisse veel schade aanricht. Lichteiland Goeree meldt op een gegeven moment windkracht 12. Met de vorst in de grond komt het in de tweede week van januari geregeld tot spiegelgladde toestanden op de wegen door bevriezing en ijzel. Op 20, 21 en 22 januari wordt het dagelijkse leven volledig ontwricht door sneeuw en ijzel. Van 24 tot 27 januari is het kwakkelweer maar op 27 januari vriest het op veel plaatsen de stenen uit de grond. De laatste dagen van de maand dooit het dan weer. Januari 1979 is zeer koud maar niet de koudste van de vorige eeuw, de januarimaanden van 1940,1942 en 1963 waren kouder en er zijn zeven winters die tot nu toe kouder zijn tot eind januari. De gemiddelde temperatuur is zeer laag geweest met -3.2°C tegen 1.7°C normaal voor januari. Op 26 dagen heeft het gevroren en op 16 dagen komt het kwik overdag niet boven nul.
In Tuitjenhorn was januari 1979 met gemiddeld -3,0°C ruim 5,4°C te koud, normaal wordt het deze maand 2,4°C. De laagtse temperatuur werd op 8 jan gemeten, toen zakte het kwik naar -15,5°C.

Februari 1979: Een koude sombere maand met een zware sneeuwstorm en gemiddeld de laagste temperatuur sinds februari 1963.

De winter van 1979 is bijzonder koud en sneeuwrijk, in december valt veel sneeuw en ijzel. In januari niet veel anders, begeleid door extreem lage temperaturen aan het begin van deze maand. Op 14 februari worden we weer overvallen door een zware sneeuwstorm. In de vroege morgen van de 14e barst deze in alle hevigheid los. De weeramateurs in N en NW Nederland zijn wel wat gewend, maar er waren waarnemers die letterlijk een tunnel in de sneeuw moesten graven richting hun thermometers in de tuin. De boeren hebben net als 30 december weer grote problemen met hun vee. De aanvoer van veevoeder en de afvoer van melk stagneert, veel melk beland in de sloot. Militairen schieten de mensen in het noorden te hulp met groot materieel om wegen vrij te maken en dorpen uit hun isolement te verlossen. Menig personenauto wordt in deze dagen geplet door een zware tank met sneeuwschuiver, omdat deze onzichtbaar begraven ligt onder een dik pak sneeuw.
Onder de mensen zelf heerst een door de gemeenschappelijke strijd tegen deze witte vijand een grote saamhorigheid. Die saamhorigheid is er niet in de kruideniers winkels, daar wordt alles gekocht wat maar los of vast zit, uit angst voor schaarste. De kleine bakker op de hoek die altijd maar als duur wordt gevonden in vergelijking met de toen opkomende grote supermarkten, is plotseling weer bij iedereen populair. Niet alleen in het noorden zijn er problemen. Schiphol bijvoorbeeld wordt voor het eerst in haar bestaan volledig gesloten, treinen rijden nog wel, maar door een onder gestoven poollandschap met een zicht van bijna nul. In het noorden van Groningen ligt zoveel sneeuw dat er huizen zijn waarvan alleen nog maar de schoorsteen boven het de gigantische sneeuwbergen uitsteekt. Tv antennes breken massaal af, de fabeltjeskrant moet even een paar dagen wachten. Op de wegen is het erg gevaarlijk, niet omdat er zoveel sneeuw op deze kale polderwegen ligt maar door de ijzel van de 13e zijn de wegen bedekt met 1.5cm ijs en spiegelglad. Door de storm die er dan staat wordt je als een ijszeiler over de weg geblazen. Langzaam neemt dan op de 15e de wind wat verder af, maar in het noordwesten van het land blijft het sneeuwen. Op de 17e neemt tot schrik van veel mensen de wind weer toe terwijl het kwik weer iets daalt en er valt onderkoelde motregen bij acht graden onder nul. Later gevolgd door wat sneeuw. Na deze dag gaat de wind eindelijk afnemen en kan de noordelijke helft van Nederland opgelucht ademhalen, de grote sneeuwstorm is voorbij.

Enkele sneeuwfeiten van de sneeuwstorm:
90uur lang driftsneeuw
Neerslag tussen de 15 en 30 mm
Sneeuwduinen van 3 tot 6 meter hoog
Gemiddelde temperatuur -5 tot -6 graden
Gevoelstemperaturen tussen de -20 en -25 graden
Wind, gemiddeld windkracht 9 met uitschieters van 100km/uur.

2e week februari de opmaak naar de sneeuwstorm van 14feb 1979.

Op 9 en 10 februari ligt er enerzijds een depressie op de Oceaan en een hogedrukgebied boven Scandinavië. Deze twee systemen zullen uiteindelijk bepalend zijn voor deze beruchte sneeuwstorm. Fronten van deze depressie dringen langzaam ons land binnen doordat het hogedrukgebied even pas op de plaats maakt. De temperatuur stijgt in Limburg op de 12e naar 9 graden en valt er behoorlijk wat regen die dag. In het noorden van het land stagneert dit front, en op veel plaatsen valt er langdurig onderkoelde regen die in de vorm van ijzel die ogenblikkelijk overal aan vast zit. Nieuwe fronten lopen als het ware vast iets ten noorden en ten zuiden van de Waddeneilanden, op de 13e heeft het dan ook boven de lijn Alkmaar-Meppel de hele dag geijzeld.
In het noorden van Groningen valt er welgeteld 15 mm aan bevroren regen naar beneden, het heeft op sommige plaatsen daar ruim 23 uur achtereen geijzeld. Velen spreken dan ook van een grimmige dag, je waande je soms op een andere planeet, Van enig verkeer is geen sprake, je hoorde alleen het kraken van het ijs en het vallen van dikke takken. In de loop van 13e krijgt de hogedruk versterking uit het noorden en gaat op deze manier meer tegenwicht geven aan de fronten die over ons land liggen. Het wadden- gebied wordt hierbij zo als we noemen het frontenkerkhof. De depressie trek in de nacht van 13 op 14 februari via België en Noord Frankrijk langzaam naar het oosten. Het evenwicht wordt op deze manier doorbroken in het voordeel van de koude lucht, en de fronten keren geactiveerd als koufronten weer terug. Het meest noordelijke front trekt in de avond van de 13e zuidwaarts met sneeuwval en een stormachtige noord-noordooster, De grote sneeuwstorm is begonnen.

14 februari 1979 “De beer is weer los”
14 februari 1979 staat tot nu toe bekend dat toen de sneeuwstorm los barste, maar feitelijk is deze op de 13e in het noordoosten al begonnen. In Uithuizermede gaat op 13 februari de ijzel tegen 16:00 uur over op sneeuw, in Friesland duurt het vijf en een half uur langer voordat het begint te sneeuwen, dit geeft wel aan hoe langzaam het koufront weer terug kwam. De sneeuw breidt zich naar het zuiden uit, begeleid door een stormachtige noord oosten wind met uitschieters tot 100 km/uur, een regelrechte blizzard. Het is in de nacht naar de 14e toe niet alles sneeuw wat er valt, in het midden en zuiden van het land blijft het zwaar regenen, maar de temperatuur zakt ook daar razend snel naar beneden. Rond twee uur in de nacht gaat de regen in Noord-Holland over in sneeuw. Later gevolgd door het midden en zuiden van het land. Het front ligt NO-ZW zodat het westen als eerste door de koude golf werd overspoeld. In het noorden woedt ondertussen een ongekende hevige sneeuwstorm. De sneeuw stuift over beijzelde velden en kan nergens houvast vinden. Behalve achter groepjes van bomen en huizen, boerderijen en dorpen. Tot overmaat van ramp valt in het noorden de stroom uit, zodat het poollandschap compleet is. Als het licht wordt de volgende morgen liggen er in de bewoonde wereld al sneeuwduinen van 1.5meter en meer. Ook de grote autowegen zijn niet meer te berijden, mede door een rijverbod sneeuwt het wagenpark volledig in. Bussen blijven staan en scholen worden gesloten. Wie nu thuis is, blijft thuis er is geen doorkomen aan. Voor onze jongste generatie die dit nog nooit hadden meegemaakt is het een onwerkelijke aanblik, deze sneeuwstorm uit het noordoosten bij vijf graden onder nul. De sneeuw die gevallen is en op de 14e ook nog altijd valt is eigenlijk allemaal opgestoven sneeuw wat in de bewoonde wereld in dorpen en steden terecht is gekomen. In het Noord-Hollandse Stroet ligt er op een gegeven moment een sneeuwduin van 4.5 meter hoog en 40 meter lang. En alsof het nog niet genoeg is neemt de wind de 14e in het noordelijk deel van het land nog eens verder toe en gaat het harder sneeuwen. Vanaf dat moment spreekt het KNMI van een zeer zware sneeuwstorm, met driftsneeuw. Telefoonverbindingen vallen uit en hoogspanningskabels breken af. Noord en noordwest Nederland zakken langzaam in een sneeuwmoeras weg met sneeuwbergen van tussen de 4 en 6mtr hoog.

In Tuitjenhorn is februari 1979 met gemiddeld -1,5°C ruim 3,9°C te koud, normaal wordt het deze maand 2,4°C. De laagtse temperatuur werd op 17 februari gemeten, toen zakte het kwik boven het sneeuwdek naar -8,1°C.

14 februari 1979

Ook bij de oosterburen ging het flink "lose"

Maart 1979: Koud, nat en alweer storm na die van februari 1979
Het voorjaar in maart 1979 had weinig met voorjaar te maken. Overdag waren de temperaturen structureel aan de te lage kant. Al begint maart nog wel redelijk normaal, in de tweede helft van de maand is het aan de koude kant, zo wordt op 23 en 24 maart plaatselijk meer dan 9 graden vorst gemeten. Op 15 maart een maand na de beruchte sneeuwstorm van 14 feb 1979 gaan we in de herhaling, op deze dag valt er sneeuw bij een stormachtige wind en op nieuw werden we getrakteerd op driftsneeuw bij lage temperaturen van rond het vriespunt. De contrasten zijn die dag enorm, in het noorden sneeuwjacht bij -1°C, maar in het zuiden v/h het land temperaturen van 14°C.
Landelijk is maart 1979 een natte maand, zo valt er in het zuiden ruim 135 mm en in het noorden 88.5 mm, sinds 1951 is maart daar niet zo nat geweest. Op vijf dagen deze maand een stormachtige wind, waarbij op 26 maart een schuiver van 40 m/sec werd waargenomen, gelijkstaand aan orkaankracht. Er staat die dag een herfstachtige storm die voor maart zeer ongewoon is. Met een gemiddelde maart temperatuur van 3.5°C tegen 5.2°C is het een te koude maand geworden.

De winter van 1978/1979 is met een gemiddelde temperatuur van -1,1°C in Tuitjenhorn streng te noemen, met veel ijsdagen, sneeuw, ijzel overlast en met veel koudegolven. Maar 8 voorgaande winters zijn sinds 1706 KNMI( start v/d waarnemingen ) kouder geweest waarvan 1947 meer ijsdagen had. De laagste temperatuur van -26,1°C wordt in Eelde op 5januari gemeten, vliegveld de Kooy bij Den-Helder doen ze goed mee en noteren op 1 januari -18,8°C. Het record staat op -27,4°C in winterwijk op 27 januari 1942. De koudste dagen waren 31december, 1januari en 5 januari 1979. De laagste gemiddelde etmaal temperatuur in Tuitjenhorn word gemeten op 5 januari -11,8°C. Het record staat nog altijd op naam van Zwanenburg met -19.4°C op 26 december 1799. De sneeuwrijkste winter is nog steeds 1963 en daarmee ook de koudste met een gemiddelde temperatuur van -3.1°C. Het koudegetal of wintergetal is een maat voor de koude in het tijdvak van 1 november tot en met 31 maart. Het wordt verkregen door over dit tijdvak alle etmaalgemiddelde temperaturen beneden het vriespunt bij elkaar op te tellen met weglating van het minteken. Het koude getal voor de winter van 1978-1979 is in Tuitjenhorn op 202,7 punten uitgekomen, deze winter is als zeer koud te kwalificeren.

Gemiddelde winter temperatuur 1978-1979: -1,1°C normaal: 2,8 °C
 
bronnen: Eigen waarnemingen, VWK, KNMI/satrep, Nederlands Instituut van Beeld en Geluid via youtube, Telegraaf, Trouw, Normalen periode 1951-1980

© 2002-2017 MeteoTuitjenhorn